De betreffende huurder huurt al kantoorruimte die direct grenst aan de vrijgekomen ruimte en wil de ruimte toevoegen aan zijn bedrijfsvoering. Het belang van de huurder om de naastgelegen ruimte te kunnen huren is groot en heeft voor huurder verreweg de voorkeur boven het huren van extra ruimte elders. Voor de gemeente heeft het vanuit overwegingen van doelmatigheid de voorkeur om de huurovereenkomst met een reeds gevestigde huurder uit te breiden in plaats van het aantrekken van een nieuwe huurder.
Daarnaast hebben de bestaande huurders gezamenlijk een belang bij het beperken van het aantal verschillende huurders binnen het pand, onder meer in verband met het gebruik van de gezamenlijke voorzieningen. Voornoemde belangen voor zowel de gemeente als de beoogde huurder en de bestaande huurders wegen naar het oordeel van de gemeente zwaarder dan de belangen van eventuele derde gegadigden. Hierdoor is deze huurder de meest gerede kandidaat die voor de gemeente in aanmerking komt voor de huur van deze ruimte.
Kunt u zich niet verenigen met deze voorgenomen verhuur omdat u van mening bent dat u de partij bent met wie deze huurovereenkomst zou moeten worden aangegaan, dan dient u uiterlijk 15 april 2026 een kort geding aanhangig te maken bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland en/of een klacht in te dienen bij het college van B&W, onder verwijzing naar het Didam-arrest.
Indien geen van beide acties tijdig wordt ondernomen, vervalt het recht om tegen de voorgenomen verhuur op te komen of schadevergoeding te vorderen; althans worden dergelijke rechten geacht te zijn verwerkt.
Voor vragen over deze publicatie kunt u contact opnemen met via het contactformulier van het team Vastgoed van de gemeente Hilversum.
Met deze publicatie geeft de gemeente Hilversum uitvoering aan het 'Didam’ arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778).