Herdenkingssroute kernplan Hilversum

Deze lichtroute voert langs plaatsen van vervolging: huizen, ateliers, winkels, pakhuizen en bouwkavels die voor de oorlog het bezit waren van Joodse Hilversummers.

Joden maakten al eeuwen deel uit van de Hilversumse samenleving: toen de Duitsers Nederland bezetten in mei 1940 telde de Hilversumse Joodse gemeente meer dan tweeduizend mensen. Een behoorlijk aantal van hen werkte in de plaatselijke detailhandel in de winkelstraten van het centrum. Juist dit centrum was moderne stedenbouwkundigen en ambtenaren van Publieke Werken op het Raadhuis een doorn in het oog. In de vroege zomer van 1941 maakten zij de eerste schetsen van het ‘Kernplan’: in plaats van het bestaande geheel van ‘willekeurige kris-kras door elkaar slingerende steegjes en slopjes’  zou er een modern, op  gemotoriseerd verkeer berekend centrum in Hilversum moeten komen, met brede straten en grote warenhuizen. Toen niet veel later op last van de Duitse bezetter Joods onroerend goed werd onteigend en tientallen percelen in het centrum ‘vrijkwamen’, schrokken deze bedenkers van het Kernplan er niet voor terug zich in te spannen voor de aankoop van die panden door de gemeente. 

Uiteindelijk zou de gemeente geen een van de 32 beoogde panden van het ‘Kernplan’ aankopen: de meeste andere Joodse panden waren al door particulieren gekocht. Dat deed echter weinig af van de intentie van allen die bij het Kernplan betrokken waren. 

Deze lichtroute brengt deze geschiedenis in herinnering. Ter nagedachtenis aan de Joodse eigenaren van de percelen die de Holocaust niet hebben overleefd. 

Plattegrond met daarop ingetekende Joodse eigendommen, geïnventariseerd voor het Kernplan. SAGV toeg.nr. 160, inv.nr. A-1637.
Plattegrond met daarop ingetekende Joodse eigendommen, geïnventariseerd voor het Kernplan. SAGV toeg.nr. 160, inv.nr. A-1637.

Nummer 1, 2, 3, 4 en 5

Nummer 1,2,3,4,5
Adres:Albertus Perkstraat; P.C. Hooftweg
Soort pand (destijds):Bouwterrein (1, 2, 4, 5), tuin (3)
Toenmalige eigena(a)r(en):Abraham Hamel
Omgenummerd:N.v.t.; was destijds niet bebouwd
Nog bestaand pand:Nee, betrof bouwterrein
Joods Monument:

De familie Hamel is onder meer bekend van de door hen geleide Gooische Metaalhandel I. Hamel & Zonen aan de Groest. De familie was tevens eigenaar van de Metaalwarenfabriek G. Bredemeijer aan de Oude Torenstraat en Hamel’s Atlas Metaalhandel N.V. in Amsterdam. De bedrijven werden geleid door de broers Abraham, Jacob en Meijer. 

Hoewel op de ‘lijst van perceelen van voormalig Joodsch bezit vallend in het Kernplan’ alleen Abraham Hamel als eigenaar wordt vermeld,  is uit een brief in het dossier van NBI-dossier van de bedrijven van de familie Hamel af te leiden dat de drie broers Abraham, Jacob en Meijer Hamel alle drie voor 1/3e aandeel hadden in de bouwterreinen aan de P.C. Hooftweg en de Albertus Perkstraat. 

Van de drie broers heeft alleen Abraham de oorlog overleefd. Israël Hamel ‘Zwarte Ies’ trad op als bewindvoerder over de nalatenschap van zijn vader Jacob, zijn neef Israël Hamel ‘Kleine Ies’ over het vermogen van diens vader Meijer Hamel.

Abraham Hamel is op 1 januari 1890 geboren in Amsterdam. Hij overleefde de oorlog door onder te duiken. Aanvankelijk wilde hij naar Zwitserland vluchten, maar hij werd bij de Belgische grens door zijn passeur in de steek gelaten. Abraham en zijn vrouw Elizabeth belandden in het Belgische Kampenhout bij de familie Michiels. Na de oorlog keerden ze terug naar Hilversum.  Ook zijn acht jaar jongere broer Meijer Hamel deed een poging naar Zwitserland te vluchten. Meijers zoon Ies was al eerder, in juli, succesvol in Zwitserland aangekomen. Eind augustus waagde Meijer met zijn vrouw Esther en 15-jarige dochter Sanne een poging. Het gezin werd echter verraden. Via doorvoerkamp Kazerne Dossin in Mechelen werden ze met het VIIIe transport op 8 september 1942 naar Auschwitz gebracht.  Esther en Sanne zijn direct bij aankomst op 11 september 1942 vermoord, Meijer heeft zeer waarschijnlijk nog enkele maanden dwangarbeid moeten verrichten.  De middelste broer, Jacob, werd in 1942 opgepakt voor het in bewaring geven van meubels aan zijn buren. Na gevangenschap in achtereenvolgens het Huis van Bewaring in Amsterdam, Kamp Amersfoort en Kamp Westerbork, werd Jacob op 24 juli 1942 op transport gesteld naar Auschwitz. 

Samengestelde foto, waarschijnlijk bedoeld om de oorspronkelijke directie tezamen af te beelden. V.l.n.r.: Jacob Hamel (1892-1942), Israël Hamel (1868-1938), Meijer Hamel (1898-1942) en Abraham Hamel (1890-1959). Collectie familie Hamel.
Samengestelde foto, waarschijnlijk bedoeld om de oorspronkelijke directie tezamen af te beelden. V.l.n.r.: Jacob Hamel (1892-1942), Israël Hamel (1868-1938), Meijer Hamel (1898-1942) en Abraham Hamel (1890-1959). Collectie familie Hamel.


Nummer 6

Nummer 6
Adres:’s-Gravelandseweg 7
Soort pand (destijds):Huis en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Sientje en Jeannette Manasse
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee, hier zit nu het kantoor van de Rabobank
Joods Monument:

Het pand aan de ’s-Gravelandseweg 7 was eigendom van Sientje en Jeannette Manasse. Beiden zijn geboren in Arnhem, respectievelijk op 1 november 1875 en op 3 mei 1881.

Begin 20e eeuw richtten de zussen samen met een derde zus, Grietje, de damesmodezaak ‘Maison Manasse’ op. De zaak was aanvankelijk gevestigd in een pand aan de Herenstraat, maar verhuisde eind 1916 naar de ’s-Gravelandseweg 7. Aan de achterzijde van het pand werd een naaiatelier gebouwd.  Dat de dames Manasse in Hilversum een zaak opzetten is trouwens niet verwonderlijk; hun moeder Henriëtte Schulman was hier geboren.  Tot 1936 woonden Sientje en Jeannette op de ’s-Gravelandseweg 7 – Grietje was in 1928 overleden –, daarna verhuisden de zussen naar Ministerpark 12a. De zaak aan de ‘s-Gravelandseweg werd tot juni 1939 voortgezet als N.V. 

In maart 1940 opende Alex Uythoven een dameskapsalon in het pand.  De zaak was geen lang leven beschoren, want nog geen twee jaar later opende Nic Weyers een ‘geheel gerestaureerden dames-kapsalon en Beauty-shop’.  Op 10 maart 1943 is het pand voor 12000 gulden verkocht aan Johannes Rückemann.  De zaak van Weyers zat tot de sloop op 1 juli 1972 op de ’s-Gravelandseweg 7.  Tegenwoordig zit op de plek waar ooit de modezaak van de zussen Manasse gevestigd was een kantoor van de Rabobank.

De gedwongen evacuatie van Hilversumse Joden naar Amsterdam leidde ertoe dat Sientje en Jeannette een woning betrokken aan de De Lairessestraat 162. Op 8 november 1942 kwamen de zussen in Kamp Westerbork terecht, om vervolgens twee dagen later op transport te worden gesteld naar Auschwitz.  Beiden zijn direct bij aankomst vermoord.

Op 7 oktober 1947 ging het beheer van het onroerend goed over op de erfgenamen van Sientje en Jeannette. De erfgenamen waren drie broers en een neefje van Sientje en Jeannette: David, Maurits, Jacques en Henri (een zoon van broer Emanuel Alexander). 

Sientje (links) en Jeannette (rechts) Manasse. Collectie Yad Vashem, itemnrs. 14151680 en 14155556
Sientje (links) en Jeannette (rechts) Manasse. Collectie Yad Vashem, itemnrs. 14151680 en 14155556

Nummer 7

Nummer 7
Adres:Veerstraat 38a, 38b, 40K
Soort pand (destijds):Woonhuizen en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Abraham, Jacob en Meijer Hamel
Omgenummerd:Nee
Nog bestaand pand:Ja
Joods Monument:

Eigenaren:

Bewoners (Veerstraat 40):

De drie panden aan de Veerstraat waren eigendom van de gebroeders Hamel: Abraham, Jacob en Meijer. Zie over de gebroeders Hamel de informatie bij nummer 1-5.

Veerstraat 38a werd verhuurd en was in gebruik genomen als kapperszaak, ‘Maison Jac. Schiffers’.  Op 38b woonde Nicolaas Tabak met zijn gezin.  Nummer 40 werd door de Meubelindustrie N.V. Simon en de Beer gebruikt.  Op dit adres woonde het gezin Simon. Werner Simon werd op 8 december 1905 geboren in het Duitse Elberfeld. Hij was behanger-stoffeerder van beroep,  wat correspondeert met het op dit adres gevestigde bedrijf. Op 2 oktober 1940 verhuisde hij van Amsterdam naar de Veerstraat 40 in Hilversum. Exact twee jaar later moest hij gedwongen terugverhuizen naar Amsterdam.  Werner was werkzaam voor de Joodse Raad, op de afdeling broodvoorziening. Op zijn Joodse Raad Cartotheekkaart wordt vermeld dat Werner de oorlog heeft overleefd.  Hoogstwaarschijnlijk is hij één van de gelukkigen geweest die daadwerkelijk vanuit het uitwisselingskamp Bergen-Belsen is uitgewisseld.  Na de oorlog verhuisde hij naar de Verenigde Staten. 

Anna Simon-Albert en Alice Simon, respectievelijk de moeder en zus van Werner, woonden ook in het pand aan de Veerstraat 40. Net als Werner werden zij op 2 oktober 1942 gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. Moeder en dochter zijn beide op 20 juli 1943 vanuit Kamp Westerbork op transport gesteld naar Sobibor, waar ze direct bij aankomst zijn vergast.  Anna Simon-Albert is 70 jaar geworden. Alice Simon bereikte de leeftijd van 39 jaar.

Ook de van oorsprong Poolse Dorothea Heymann-Cohn stond op dit adres ingeschreven.  Uit de geraadpleegde bronnen is niet gebleken dat er een familieverband was met de familie Simon. Waarschijnlijk werd er een kamer onderverhuurd aan Dorothea.  In 1907 was ze in Berlijn getrouwd met Leopold Heymann.  Vier jaar na het overlijden van Leopold, deed Dorothea een poging om op het cruiseschip St. Louis Cuba te bereiken. Op 13 mei 1939 verliet het schip de haven van Hamburg, maar Cuba en de Verenigde Staten weigerden om vluchtelingen op te nemen. De St. Louis moest gedwongen rechtsomkeert maken. Het schip meerde aan in Antwerpen, waarna de 937 opvarenden verspreid werden over verschillende landen. Dorothea kwam in Nederland terecht.  Ze verbleef een aantal maanden in Den Haag, en vertrok vervolgens naar Amsterdam. Op 24 oktober 1940 is Dorothea ingeschreven op het adres aan de Veerstraat 40. Ruim twee maanden eerder dan de andere bewoners, moest Dorothea gedwongen naar Amsterdam vertrekken.  Op 4 september 1942 is Dorothea op transport gesteld. Ze is direct bij aankomst in Auschwitz vergast. Dorothea Heymann-Cohn is 59 jaar geworden. 

Veerstraat 38a, 38b en 40 zijn in 1943 opgekocht door de beruchte oorlogskoper Robert Gill.  Na de oorlog hebben Abraham Hamel en de nabestaanden van Jacob en Meijer Hamel de panden weer in bezit gekregen.

Anna Simon-Albert (links) en Alice Simon (rechts). Collectie Yad Vashem, itemnrs. 14235735 en 14236293.
Anna Simon-Albert (links) en Alice Simon (rechts). Collectie Yad Vashem, itemnrs. 14235735 en 14236293.

Nummer 8 en 9

Nummer 8 en 9
Adres:Groest 86, Groest 84
Soort pand (destijds):Huis en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Maria Frank-van Esso
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee, is nu Hilvertshof
Joods Monument:Maria Frank-van Esso

Het pand aan de Groest 86 was eigendom van Maria Frank-van Esso. De in 1858 te Meppel geboren Maria was sinds 1938 weduwe van Isaak Frank. Het pand werd waarschijnlijk enige tijd gebruikt ten behoeve van de meubelwinkel van Isaak op nummer 84.  Maria woonde tot 16 juni 1939 op het laatstgenoemde adres. Vervolgens verhuisde ze naar de Rossinilaan 9.  In de oorlogsjaren werd Maria gedwongen te verhuizen naar Amsterdam, waar ze een woning betrok aan de Deurloostraat 94. Op 2 april 1943 kwam ze aan in Westerbork. Vier dagen later werd ze op transport gesteld. Maria Frank-van Esso is op 9 april 1943 op 85-jarige leeftijd in Sobibor vermoord. 

Barendina van van Boogaard stond sinds januari 1940 ingeschreven op het adres Groest 86. Vanaf februari 1940 was de piano-reparatieinrichting van pianostemmer Antonius Sluijter in het pand gevestigd.  Eind juni 1943 traden Antonius en Barendina met elkaar in het huwelijk, waarna het kersverse echtpaar naar De Bilt verhuisde.  Tevens zat de artsenpraktijk van H.K.M. Beukers sinds november 1941 op de Groest 86.  Na de oorlog zat er een restaurant op dit adres.  Het pand is begin jaren zeventig gesloopt om de bouw van winkelcentrum Hilvertshof te verwezenlijken.

Ook het pand op nummer 84 heeft moeten wijken voor Hilvertshof. Het pand waar Maria Frank-van Esso tot half juni 1939 heeft gewoond, werd van 1940 tot 1941 gehuurd door Jacob Bijl. Vervolgens vestigde een familielid van Maria, Louis Leijdesdorff, zich in het pand. Louis was getrouwd met Sientje, een dochter van Isaak Frank en Frederika Frank-van Esso. Isaak was eerder getrouwd geweest met een zus van Maria. Na haar overlijden in 1898 hertrouwde Isaak met Maria. Voordat Maria gedwongen werd te verhuizen naar Amsterdam, woonde ze nog een tijdje in bij Louis op haar voormalige woonadres aan de Groest 84. In 1942 werden zowel Groest 84 als Groest 86 opgekocht door Frederikus van Keeken.  Het pand aan de Groest 84 is nog enige tijd gevorderd geweest door de Wehrmacht.  Louis en Sientje overleefden de oorlog. Louis werd met ingang van 7 augustus 1945 benoemd tot bewindvoerder over het vermogen van Maria.  Na de oorlog heeft rechtsherstel plaatsgevonden voor de nabestaanden van Maria Frank-van Esso. 

Het pand aan de Groest 86. Foto van 26 mei 1970. Collectie SAGV, Fotocollectie Stedebouwkundige Dienst gemeente Hilversum, bestandsnr. SAGV032.3, itemnr. 304.
Het pand aan de Groest 86. Foto van 26 mei 1970. Collectie SAGV, Fotocollectie Stedebouwkundige Dienst gemeente Hilversum, bestandsnr. SAGV032.3, itemnr. 304.

Nummer 10
 

Nummer 10
Adres:Groest 102
Soort pand (destijds):Huis en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):N.V. Gooische Metaalhandel I. Hamel & Zonen
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee. Gesloopt in de jaren 80. Nu Hilvertshof
Joods Monument:

In 1928 zat er op dit adres een benzinepomp van de American Petroleum Company.  Groest 102 werd bij aanvang en tijdens de oorlog waarschijnlijk door de N.V. Gooische Metaalhandel I. Hamel & zonen gebruikt als bergplaats.  Op de ‘lijst van perceelen van voormalig Joodsch bezit vallend in het kernplan’ staat dat het pand eigendom was van de Gooische Metaalhandel I. Hamel & Zonen.  Zie over de gebroeders Hamel de informatie bij nummers 1-5. In 1943 bleek het pand niet in bezit te zijn van ANBO. 

Groest 102 was een monumentale fabrikeurswoning met een topgevel uit de achttiende eeuw.  Ondanks de monumentale status, verkeerde het pand in de jaren tachtig in verwaarloosde staat.  Ergens tussen 1981 en 1986 is er een vergunning afgegeven om het gebouw te slopen.  Pogingen van onder meer Stichting ‘Hilversum, Pas Op!’ om het pand in oude luister te herstellen mochten niet baten.  In 1988 is het pand gesloopt. Tussen 1990 en 1993 is de grond door de gemeente opgekocht voor het ontwikkelingsplan Binnenstad. 

Het pand aan de Groest 102. Foto van 2 november 1984. Collectie SAGV, Archief van de redactie van De Gooi- en Eemlander, Hilversum, bestandsnr. SAGV236.1, itemnr. 4153.
Het pand aan de Groest 102. Foto van 2 november 1984. Collectie SAGV, Archief van de redactie van De Gooi- en Eemlander, Hilversum, bestandsnr. SAGV236.1, itemnr. 4153.


 

Nummer 11

Nummer 11
Adres:Groest 17b
Soort pand (destijds):Huis en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Abraham, Jacob en Meijer Hamel
Omgenummerd:Nee 
Nog bestaand pand:Ja, hier zit tegenwoordig de Subway 
Joods Monument:

Het pand aan de Groest 17b was eigendom van de gebroeders Hamel. Zie over de gebroeders Hamel de informatie bij nummers 1-5.
In het pand was het Hilversumse agentschap van de Nederlandsche Handel-Maatschappij gevestigd.  In het najaar van 1941 vestigde Hendrik Daniel Pfann zijn handel in tweedehands boeken, genaamd ‘De Boekenwurm’, in het pand. Deze winkel heeft hier onder deze naam tenminste tot 1959 gezeten.  Op 3 maart 1943 was ANBO nog in onderhandeling over het overnemen van Groest 17b.  Het pand komt niet voor in de Verkaufsbücher. Na de oorlog is het pand weer in handen gekomen van de oorspronkelijke eigenaren. Tegenwoordig zit in het pand een vestiging van broodjeszaak Subway.

Rechts het pand aan de Groest 17b. Op de etalageruit staat ‘De Boekenwurm’. Foto uit de oorlogsjaren (exacte datum niet bekend). Collectie Hilversum in de Oorlog.
Rechts het pand aan de Groest 17b. Op de etalageruit staat ‘De Boekenwurm’. Foto uit de oorlogsjaren (exacte datum niet bekend). Collectie Hilversum in de Oorlog.

Nummer 12

Nummer 12
Adres:Groest 75
Soort pand (destijds):Huis en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Elias Coster
Omgenummerd:Nee
Nog bestaand pand:Nee. Hier zit tegenwoordig Dudok gym
Joods Monument:Niet bestaand. Wel van zoon Charles Jacob Elias Coster

Elias Coster is geboren op 14 juli 1877 als jongste van vijf kinderen in het dorp Kortenhoef.  Op 30 november 1904 is hij getrouwd met Esther de Lange (1876-1953 ), met wie hij twee kinderen kreeg: Jacoba (4 januari 1907) en Charles Jacob Elias (1909-1943). 

Elias is ergens tussen 15 juni 1921 en juni 1922 op de Groest 75 gaan wonen.  Hij was koopman in manufacturen en meubilair van beroep en had een eigen winkel op de Bussumerstraat 51.  Het is bekend dat Elias tot ten minste 6 juni 1942 op Groest 75 is blijven wonen.  Daarna is hij samen met Esther ondergedoken in Oudehorne, gelegen in de gemeente Heerenveen.  Hierdoor hebben ze beiden de Sjoa weten te overleven. Hetzelfde geldt voor hun dochter Jacoba, die was afgevoerd naar Theresienstadt, maar weer is teruggekomen.  Hun zoon Charles Jacob Elias had niet zoveel geluk en is op 2 juli 1943 in Sobibor overleden. 

In de tijd dat Elias en Esther ondergedoken zaten, heeft een alleenstaande moeder (Liesbeth Vallo) met twee kinderen Groest 75 bewoond.  Daarvoor nog, in 1942, zat de Hilversumse afdeling van ANBO in het pand.  Na de oorlog hebben Elias en Esther weer terug kunnen keren naar hun oude adres. Hier is het echtpaar ook overleden: Elias op 14 juni 1950 en Esther op 29 april 1953. 

Na het overlijden is het beheer van de panden tijdelijk in handen geweest van H. Grootkerk, de echtgenoot van Jacoba Coster. Van 1963 tot 1980 heeft hij de woning gedeeltelijk verhuurd en verkocht.  Vanaf 21 januari is het pand nog een tijd gekraakt geweest. 

Gekraakt pand aan de Groest 75. Foto van 21 januari 1980. Collectie SAGV, Archief van de redactie van De Gooi- en Eemlander, Hilversum, bestandsnr. SAGV236.1, itemnr. 2835.
Gekraakt pand aan de Groest 75. Foto van 21 januari 1980. Collectie SAGV, Archief van de redactie van De Gooi- en Eemlander, Hilversum, bestandsnr. SAGV236.1, itemnr. 2835.

Nummer 15

Nummer 15
Adres:Groest 81
Soort pand (destijds):Huis, schuur en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):N.V. Gooische Metaalhandel I. Hamel & Zonen
Omgenummerd:Zover bekend niet
Nog bestaand pand:Nee. Hier zit tegenwoordig Dudok gym
Joods Monument:

Het pand aan de Groest 81 was eigendom van de N.V. Gooische Metaalhandel I. Hamel & Zonen. Zie over de gebroeders Hamel de informatie bij nummer 1-5. De vader van de drie broers, Israël Hamel, is begin jaren twintig op de Groest 81 gaan wonen.  Zo’n tien jaar later, in 1934, nam zoon Meijer Hamel het huis over.  In 1942 stond Meijer niet meer ingeschreven op de Groest 81, maar op de Lijsterbeslaan 13. 

De nieuwe bewoner van het pand aan de Groest 81 was NSB’er Gerard Grootewal, die officier bij de Arbeidsdienst was. Gerard heeft er zeker tot september 1944 gewoond. Zeer waarschijnlijk heeft hij na Dolle Dinsdag (5 september 1944) zijn biezen gepakt. 
In 1943 was het gebouw verkocht volgens ANBO.  Het pand komt niet voor in de Verkaufsbücher. Na de oorlog kwam het pand weer in bezit van de familie Hamel. De zoon van Jacob Hamel betrok het pand met zijn gezin.

Het pand is gesloopt in 1977. In 1994 werd door de gemeente een vergunning verleend voor het oprichten van een woon-, winkel- en kantoorcomplex.  Tegenwoordig zit hier Dudok gym.

Het pand aan de Groest 81, begin 20e eeuw. Collectie SAGV, Archief van de redactie van De Gooi- en Eemlander, bestandsnr. SAGV236.1, itemnr. 3334.
Het pand aan de Groest 81, begin 20e eeuw. Collectie SAGV, Archief van de redactie van De Gooi- en Eemlander, bestandsnr. SAGV236.1, itemnr. 3334.

Nummer 17 en 18

Nummer 17 en 18
Adres:Kampstraat 5 en Kampstraat 7
Soort pand (destijds):Huis en erf (Kampstraat 5), pakhuis (Kampstraat 7)
Toenmalige eigena(a)r(en):Abraham, Jacob en Meijer Hamel
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee. Tegenwoordig appartementen tegenover Skiff
Joods Monument:

Bewoner/Huurder (Kampstraat 7):
Samuel Cohen

De drie panden aan de Kampstraat waren eigendom van de gebroeders Hamel: Abraham, Jacob en Meijer. Zie over de gebroeders Hamel de informatie bij nummer 1-5. Waarschijnlijk kwamen de Kampstraat 5 en de Kampstraat 7 in 1935 in handen van de familie Hamel. 

Kampstraat 5 werd door hen verhuurd. Kampstraat 7 diende als pakhuis voor magazijn ‘De Klok’, gelegen op de Kampstraat 1. Dit gebouw komt ook voor in het Kernplan (nummer 56). Vanaf 1937 kwam de Joodse Salomon Cohen op de Kampstraat 5 te wonen.  Salomon was geboren op 3 oktober 1901 en hij was getrouwd met een niet-Joodse vrouw, genaamd Johanna Gerritje ten Hove, met wie hij twee kinderen had: Carla en Edith.  Over het huwelijk en de kinderen is verder niets bekend. Salomon was een kachelsmid en richtte zich voornamelijk op de reparatie van gebruikte kachels. Doordat hij met een niet-Joodse vrouw getrouwd was, mocht hij na 1942 in Hilversum wonen en kreeg hij in oktober 1943 te horen dat hij zelfs zijn bedrijf mocht voorzetten. Ook kreeg hij toestemming om zijn rijwiel voor zakelijke doeleinden te blijven gebruiken. 

Salomon heeft de oorlog overleefd en heeft hoogstwaarschijnlijk na de oorlog de kledingzaak van zijn broer Samuel op zijn eigen adres op de Kampstraat 5 overgenomen, genaamd ‘De Adelaar’. In 1952 is Salomon teruggekeerd naar zijn geboorteplaats Ochtrup. Het pand aan de Kampstraat is in 1957 gesloopt. In de jaren tachtig is er ter hoogte de voormalige Kampstraat 5 en 7 een kantoorgebouw met woningen gebouwd.

 

Nummer 19

Nummer 19
Adres:Spoorstraat 21
Soort pand (destijds):Huis, schuur, erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Maria Frank-van Esso
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee. Is nu een galerijflat
Joods Monument:Maria Frank-van Esso

De Spoorstraat 21 is waarschijnlijk tegelijkertijd met de Spoorstraat 23 door Maria Frank-van Esso op een veiling gekocht in november 1936.  Haar echtgenoot Isaak Frank was toen al overleden. Zie over Maria Frank-van Esso de informatie bij nummer 8.

Het pand aan de Spoorstraat 21 was een winkel- en woonhuis. De winkel was zowel vóór de aankoop door Maria als ná de aankoop in gebruik door schoenenwinkel ‘De Ossekop’.  Voor zover bekend werd het pand niet bewoond. In 1943 was ANBO nog over de Spoorstraat 21 in onderhandeling.  Het pand komt niet voor in de Verkaufsbücher; het is onverkocht gebleven. 

Na de oorlog was in het pand een aantal jaar een chocolaterie genaamd Het Beertje gevestigd.  Ergens tussen 1949 en 1955 heeft het Goois Muziekantiquariaat zich op dit adres gevestigd. Het antiquariaat heeft daar minimaal tot 1964 gezeten. 

Wanneer het voormalige pand aan de Spoorstraat 21 is gesloopt, is niet uit de geraadpleegde bronnen te achterhalen. Vermoedelijk ging dit gepaard met de aanleg van De Schapenkamp in de jaren zeventig. Wel is bekend dat er in 1995 een vergunning werd afgegeven voor het oprichten van een woon-, kantoor- en winkelgebouw. Het voormalige perceel van de Spoorstraat 21 werd hierin hoogstwaarschijnlijk geïncorporeerd. 

Nummer 20
 

Nummer 20
Adres:Spoorstraat 23
Soort pand (destijds):Huis, schuur, erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Maria Frank-van Esso
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee. Is nu een galerijflat
Joods Monument:

Eigenaar: Maria Frank-van Esso

Bewoner: Joseph Krant

De Spoorstraat 23 is waarschijnlijk tegelijkertijd met de Spoorstraat 21 door Maria Frank-van Esso op een veiling gekocht in november 1936.  Haar echtgenoot Isaak Frank was toen al overleden. Zie over Maria Frank-van Esso de informatie bij nummer 8.

Het pand aan de Spoorstraat 23 was net als Spoorstraat 21 een winkel- en woonhuis. Waarschijnlijk werd het winkelgedeelte bij het aanbreken van de oorlog beheerd door twee bedrijven: Bureau Rechtsbelangen en een bedrijf dat touringcarreizen aanbood, opererende onder de naam De Touringcar.  De huurder van het woonhuis was vanaf 8 juni 1939 de Joodse Joseph Krant.  Hij was onder meer de vader van Simson Krant, de bewoner van Achterom 46. Dit is een pand dat ook voorkomt op de ‘lijst van perceelen van voormalig Joodsch bezit vallend in het Kernplan’ (nummer 23).  Joseph is geboren op 4 augustus 1878. Hij trouwde in 1910 met Mietje van der Hoeden in Nijkerk en kreeg samen met haar, naast Simson, nog drie andere kinderen: Aaltje (1912-1942), Lea (1913-1942) en Jonas (1916-1943).  Joseph was van beroep koopman in metalen. 

Bij het gedwongen vertrek van Joden uit Hilversum zijn Joseph en Mietje verhuisd naar de Krugerstraat 31 in Amsterdam.  Op 9 februari 1943 zijn ze op transport gezet naar Auschwitz, waar ze na aankomst op 12 februari direct zijn vermoord.                

In 1943 was ANBO nog over de Spoorstraat 23 in onderhandeling.  Later dat jaar, op 5 juni 1943, werd het pand voor een bedrag van 1799 gulden volledig overgenomen door F.D. van Wordragen.  Van Wordragen was de eigenaar van bontkwekerij Au Pôle Nord.   Na de oorlog heeft rechtsherstel plaatsgevonden voor de nabestaanden van Maria Frank-van Esso.  De firma Kooistra heeft daarna tot minimaal 1964 in het pand gezeten. Dit was een bedrijf dat gespecialiseerd was in ‘winkelmachines en reparatie-inrichting’. 

Wanneer het voormalige pand aan de Spoorstraat 23 is gesloopt, is niet uit de geraadpleegde bronnen te achterhalen. Vermoedelijk ging dit gepaard met de aanleg van De Schapenkamp in de jaren zeventig.

Nummer 21
 

Nummer 21
Adres:Spoorstraat 25
Soort pand (destijds):Huis, schuur, erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Maria Frank-van Esso
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee. Is nu een galerijflat
Joods Monument:Maria Frank-van Esso

Op 24 november 1936 werd het pand aan de Spoorstraat 25 geveild. Het pand bestond uit een café met een woning en een schuurtje.  Maria Frank-van Esso wist het pand op de veiling te verwerven. Zie over Maria Frank-van Esso de informatie bij nummer 8.

    Het café werd in 1939 verhuurd aan Leendert Reinderman, die daar een café genaamd ‘t Zonnetje vestigde en er ook ging wonen.  In juni 1943 maakte Reinderman bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om zijn vergunning voor het verkopen van alcohol in te trekken. 

De Spoorstraat 25 hoorde volgens ANBO in 1943 tot de verkochte percelen; op 4 maart 1943 werd het hele perceel overgenomen door de in 1898 geboren Johannes Albertus Tapking voor 4231 gulden.  Johannes Albertus was kleermaker van beroep.  Wat hij met het pand heeft gedaan is niet bekend, maar de kans dat hij er een kledermakerij vestigde is reëel, gezien hij ook een zaak in deze branche had vóór de oorlog en ook daarna.  Eind jaren veertig tot eind jaren vijftig werd het pand aan de Spoorstraat 25 onder andere gebruikt als koffiehuis en snackbar.  Na de oorlog heeft rechtsherstel plaatsgevonden voor de nabestaanden van Maria Frank-van Esso. 

Nummer 22 en 23

Nummer 22 en 23
Adres:Achterom 44; Achterom 46
Soort pand (destijds):Huis, schuur, erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Meijer Cutzien
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee. Dit gedeelte van het Achterom bestaat niet meer
Joods Monument:

Bewoners (Achterom 44):

Bewoner:

Simsom Joseph Krant (hier geschreven als Simson)

Meijer Cutzien is op 21 oktober 1897 geboren in Oldenzaal als zoon van Mozes Aron Cutzien en Roosje Zwarenstein.  Waarschijnlijk identificeerde Meijer zichzelf, net zoals vele anderen in zijn familie, met de achternaam Krukziener.  Hij had twee broers: Alexander (1891-1960) en Salomon (1895-1942).  In 1910 had de vader van Meijer een pettenfabriek opgericht in Zutphen, die uitgroeide tot een van de grootste van Nederland met handel tot aan Limburg.  Na de dood van vader Mozes in 1930 namen Meijer, Alexander en Salomon de fabriek over.  Dat heeft Meijer geen windeieren gelegd: hij bezat een herenpand in Zutphen en tevens Achterom 44 en Achterom 46 in Hilversum.  Deze laatste twee panden verhuurde hij. Wanneer Meijer de woningen aan het Achterom in zijn bezit heeft gekregen, is niet duidelijk geworden uit de geraadpleegde bronnen.

De anti-Joodse maatregelen hadden, net zoals in Hilversum, een enorme impact in Zutphen. De gezinnen van Meijer en van zijn broer Alexander doken daarom in augustus 1942 onder bij de familie Van de Vegte in Zutphen aan de Oudewand 94.  Hierdoor hebben beide gezinnen de Sjoa weten te overleven. Na de oorlog hebben de twee broers het bedrijf verdeeld en zijn beiden hun eigen weggegaan.  Meijer is uiteindelijk op 69-jarige overleden in Australië. 
Voor beide gezinnen die panden aan het Achterom huurden, verliep de oorlog anders. Op Achterom 44 woonde de in 1888 in Amsterdam geboren Aaron van Kollem met zijn echtgenote Naatje van Dijk. Ze kregen samen zeven kinderen, die allemaal in Amsterdam geboren zijn. Aaron was schoenmaker van beroep, wat hij ook bleef uitoefenen toen hij in 1933 met zijn gezin naar Hilversum verhuisde.  In 1936 betrok het gezin de woning aan het Achterom 44.  Zes jaar later, in juni 1942, zijn Aaron en Naatje samen met een aantal van hun kinderen gedwongen naar de Retiefstraat 3 in Amsterdam verhuisd.  Aaron is op 27 januari 1943 op dat adres overleden.  Naatje is op 25 mei 1943 in Westerbork ingeschreven. Een week later is ze op transport gezet naar Sobibor, waar ze bij aankomst op 4 juni is vergast.  Bij aanvang van de oorlog waren 6 van hun 7 kinderen nog hun leven. Ook zij hebben de Sjoa allemaal niet overleefd. 

In 1943 was ANBO nog in onderhandeling over dit pand.  Achterom 44 had na het gedwongen vertrek van de Van Kollems een tijdje het gezin Addens als bewoner.  Na de oorlog heeft er een bijkantoor van het Nederlands Adviesbureau voor de Middenstand en een tropische sierviskwekerij gezeten.  In de tweede helft van de jaren vijftig toonde de gemeente opnieuw interesse in het pand. De toenmalige eigenaar was tot verkoop bereid. 
Achterom 46 werd sinds 1937 bewoond door de Hilversumse Simsom Joseph Krant, samen met zijn in Den Haag geboren vrouw Sara Bachrach. In dit huis hebben ze ook Maurits (1937) en Joseph (1940) ter wereld gebracht.  Simsom was slager van beroep. In 1942 moest het gezin uitwijken naar de Krugerstraat 19 in Amsterdam. In de hoofdstad kon Sara als medewerkster van de voedselvoorziening voor de Joodsche Raad aan de slag.  Simsom werd op 7 augustus 1942 op transport gesteld naar Auschwitz. Na een korte periode als dwangarbeider tewerkgesteld te zijn geweest, is hij op 30 september 1942 bezweken.  Sara en hun twee kinderen wisten de Sjoa te overleven doordat ze via hulp van het verzet naar België konden uitwijken. Sara hertrouwde in 1948 in Amsterdam met koopman Abraham Root. 

Ook over Achterom 46 was ANBO in 1943 nog in onderhandeling.  Later in de oorlog is Gerardus Johannes Goosen de bewoner van het pand geweest.  Na de oorlog hebben er meerdere bedrijven gezeten, waaronder de Spar, een groente- en fruitzaak, en daarna langere tijd een porseleinwinkel genaamd Het goedkope vosje.  Wanneer het voormalige pand aan het Achterom 46 is gesloopt, is niet uit de geraadpleegde bronnen te achterhalen. Vermoedelijk ging dit gepaard met de aanleg van De Schapenkamp in de jaren zeventig.

Simsom Joseph Krant. Via joodsmonument.nl.
Simsom Joseph Krant. Via joodsmonument.nl.
Meijer Cutzien. Collectie Stolpersteine Zutphen.
Meijer Cutzien. Collectie Stolpersteine Zutphen.

Nummer 24 en 25

Nummer 24 en 25
Adres:Achterom 48 en Achterom 75
Soort pand (destijds):Huis, schuur, erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Levie van der Hoek
Omgenummerd:Ja (Achterom 75 is nu Schapenkamp 140)
Nog bestaand pand:Nee. Achterom 75 is nu Schapenkamp 140 (gebouwd in 1998)
Joods Monument:

Levie van der Hoek is op 28 november 1877 geboren in Leeuwarden.  Over zijn ouders en broers en zussen is niets bekend. Hij is op 22 april 1903 met Grietje de Haan getrouwd (1877-1943).  Ze hadden een dochter: Mirjam de Vries-van der Hoek (1910-1944) en twee zoons: Benjamin van der Hoek (1913-2000) en Aaron van der Hoek (1916-2000). De kinderen leefden tijdens de oorlog allemaal niet meer in het ouderlijk huis. 

Levie was bakker van beroep.  Rond 24 november 1923 heeft hij een vergunning verkregen om zijn eigen bakkerij op te richten op Achterom 75.  Hier is hij samen met zijn gezin ook gaan wonen in 1925.  Levie is met zijn vrouw op dit adres blijven wonen tot om en nabij 30 oktober 1934. Daarna is hij het pand (winkel en woonhuis) gaan verhuren, wat ook het einde betekende van zijn bakkerij daar.  Hij is daarna zelf gaan wonen op Achterom 46a tot aan ongeveer 9 augustus 1939.  Vervolgens heeft Levie voor een korte periode zijn intrek genomen in het pand aan het Achterom 48, tot ongeveer 9 november 1939. Tot het gedwongen vertrek van Joden uit Hilversum woonde hij op Achterom 75.  Zodra Levie weer terug was vertrokken naar zijn vroegere bakkerij, ging zijn zoon Aaron, die net als zijn vader bakker was, Achterom 48 bewonen. 

Levie, Grietje en Mirjam hebben de oorlog niet overleefd. Aaron en Benjamin wel. Levie moest in 1942 samen met Grietje naar Amsterdam vertrekken, waar ze een woonruimte vonden in de Retiefstraat. Van juli 1942 tot aan een aantal dagen voor 20 juni 1943, toen Levie en Grietje in Westerbork aankwamen, werkte hij voor de broodvoorziening van de Joodse Raad. Op 13 juli 1943 zijn Levie en Grietje op transport gesteld naar Sobibor. Ze zijn na aankomst in het vernietigingskamp direct vergast. 

Achterom 75 was in 1943 nog niet verkocht volgens ANBO.  In 1950 is er nog een terugkerende militair uit Nederlands-Indië/Indonesië gehuisvest.  Eind 1951 kocht de gemeente het pand. Voor 6.750 gulden verwierf de gemeente zowel Achterom 75 als Achterom 75a.  In 1964 was het pand echter zo vervallen, dat het onbewoonbaar werd verklaard. 

Aaron van der Hoek is in 1942 vertrokken naar de Dintelstraat 6 in Amsterdam.   Van dit gedwongen vertrek werd al snel misbruik gemaakt door andere mensen. Op 27 januari 1943 werd in De Gooi- en Eemlander bekend gemaakt dat Leijds Radio zich verplaatste van de Kapelstraat 10 naar Achterom 48.  Datzelfde jaar was ANBO in onderhandeling om dit gebouw te kopen.  Vanaf 1951 heeft leesportefeuille Intiem er gezeten. Het gebouw is ergens na 24 september 1964 gesloopt.  Vermoedelijk ging dit gepaard met de aanleg van De Schapenkamp in de jaren zeventig.

Nummer 26

Nummer 26
Adres:Spoorstraat 15
Soort pand (destijds):Huis, schuur, erf, uitweg
Toenmalige eigena(a)r(en):Maria Frank-van Esso
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee. Is nu een galerijflat 
Joods Monument:

Eigenaar: Maria Frank-van Esso

Bewoner: Ezechiel Hamburger

Uit de geraadpleegde bronnen is niet duidelijk geworden wanneer het pand aan de Spoorstraat 15 in bezit is gekomen van de familie Frank-van Esso. Vermoedelijk was dit in 1935. In 1934 werd het bestaande pand afgebroken en kwam er een woon-winkelhuis voor in de plaats. In 1935 werd dit pand te koop aangeboden.  Zie over Maria Frank-van Esso de informatie bij nummer 8.

Vanaf 1937 werd het winkelgedeelte van Spoorstraat 15 gebruikt door een feestartikelenwinkel genaamd De Voordracht.  De eigenaar van de winkel was zelf niet de bewoner van het pand; dat was vanaf half juni 1935 koopman David Joseph Hamburger (1911-1944). Hij was in februari 1934 getrouwd met Sientje (Sonja) Menko. Twee weken na de verhuizing naar de Spoorstraat 15 werd hun dochtertje Naatje geboren.  In het voorjaar van 1936 verhuisde het gezin naar Zeist. Hier werd in 1939 hun zoontje Jacob geboren. In de zomer van 1940 vertrok het gezin naar Amersfoort. 

De ouders van David Joseph, Ezechiel Hamburger (1874-1943) en Naatje de Leeuw (1871-1943), vestigden zich in september 1936 in het pand aan de Spoorstraat 15.  Ezechiel en Naatje zijn waarschijnlijk in 1942 gedwongen vertrokken naar Amsterdam. Daar betrokken ze een woning aan het Waterlooplein 21. Op 16 maart 1943 kwamen ze aan in Westerbork, waar ze terecht kwamen in de strafbarak. Vanuit Westerbork zijn ze op 23 maart op transport gezet naar Sobibor. Naatje is daar bij aankomst op 26 maart overleden.  De datum en plaats van overlijden van Ezechiel zijn niet bekend.  Zoon David Joseph heeft waarschijnlijk vanaf december 1942 ondergedoken gezeten in Zeist. Op 4 september 1944 is hij door een onbekende oorzaak om het leven gekomen. Zijn echtgenote en hun twee kinderen hebben de oorlog overleefd. Sientje is in 1946 hertrouwd met Alphons Rodrigues Pereira, met wie ze nog twee kinderen heeft gekregen. 

In 1943 bleek dat het pand aan de Spoorstraat nog niet verkocht was.  Het pand komt niet voor in de Verkaufsbücher. Tijdens de oorlog is de familie Bosman naar de Spoorstraat 15 verhuisd.  De vrouw des huizes had op dit adres, na de oorlog tenminste, ook een hoedenwinkel.  Na de oorlog heeft rechtsherstel plaatsgevonden voor de nabestaanden van Maria Frank-van Esso.  Wanneer het voormalige pand aan de Spoorstraat 15 is gesloopt, is niet uit de geraadpleegde bronnen te achterhalen. Vermoedelijk ging dit gepaard met de aanleg van De Schapenkamp in de jaren zeventig.

Nummer 27

Nummer 27
Adres:Spoorstraat 13
Soort pand (destijds):Huis, schuur, erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Maria Frank-van Esso
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee. Is nu een galerijflat 
Joods Monument:Maria Frank-van Esso

Uit de geraadpleegde bronnen is niet duidelijk geworden wanneer het pand aan de Spoorstraat 13 in bezit is gekomen van de familie Frank-van Esso. Vermoedelijk was dit in 1935. In 1934 werd het bestaande pand afgebroken en kwam er een woon-winkelhuis voor in de plaats. In 1935 werd dit pand te koop aangeboden.  Zie over Maria Frank-van Esso de informatie bij nummer 8.

Tijdens de eerste jaren van de oorlog werd zowel het woonhuis als het winkelhuis gehuurd door de niet-Joodse Louis Paes, die er een papierhandel had.  Hij is geboren op 15 februari 1895. Op 2 februari 1916 trouwde hij in Amsterdam met Suzanna Cantor (1894-1980). Suzanna was van Joodse komaf. Samen kregen ze drie kinderen: Rosette (1916-1989), Helena (1918-1943) en Jesaia (1919-1948). 

Op 25 mei 1943 zijn Suzanna, Rosette en Jessaia naar de Camperstraat 68hs in Amsterdam afgevoerd.  Alle drie hebben de oorlog overleefd. Van Jesaia is bekend dat hij de oorlog heeft overleefd in de onderduik in Hilversum, op het adres van Tijmen en Janny Cloo aan de Zuiderweg 81. Het echtpaar had daar een slagerij. Louis Paes was de papierleverancier van Tijmen. Ook Louis heeft ondergedoken gezeten in Hilversum, al is niet bekend waar. Van Suzanna en Rosette is eveneens alleen bekend dat ze de oorlog hebben overleefd, maar niet op welke wijze.  Helena heeft als enige van het gezin de oorlog niet overleefd; ze heeft een aantal maanden in het concentratiekamp Ravensbrück gevangen gezeten en is daarna op transport gesteld naar Auschwitz, waar ze op 5 november 1943 is omgekomen. 

De Spoorstraat 13 bleek in 1943 te zijn verkocht.  De koper was J. Hovenkamp.  Vanaf 1944 heeft Gijs Vet er gewoond. Op dit adres had hij ook een winkel in speelgoed gevestigd.  Hij heeft er tot minimaal 1959 gewoond, al verruilde hij na verloop van tijd de speelgoedhandel wel voor een sloopbedrijf.  Na de oorlog heeft rechtsherstel plaatsgevonden voor de nabestaanden van Maria Frank-van Esso. 

Helena Praamsma-Paes. Via joodsmonument.nl.
Helena Praamsma-Paes. Via joodsmonument.nl.
Jesaia Paes. Via Marianne Lodder-van Staveren.
Jesaia Paes. Via Marianne Lodder-van Staveren.

Nummer 28

Nummer 28
Adres:Spoorstraat 11
Soort pand (destijds):Huis, schuur, erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Maria Frank-van Esso
Omgenummerd:N.v.t. 
Nog bestaand pand:Nee. Is nu een galerijflat 
Joods Monument:

Eigenaar: Maria Frank-van Esso

Bewoner: Reinhard Blumenthal

Er is weinig informatie over wanneer de Spoorstraat 11 door de familie Frank-van Esso gekocht is. Eind 1937 woonde huisschilder Oene Krist met zijn gezin in het pand. Ook zijn schildersbedrijf Krist & Zoon was in dit pand gevestigd.  Zie over Maria Frank-van Esso de informatie bij nummer 8.

In augustus 1938 vestigde Reinhard Blumenthal zich in het pand. Reinhard is op 17 juni 1897 geboren in de Poolse stad Węgorzewo (Duits: Angerburg). Op 9 augustus trouwde hij met Resy Rebecka Cohn (1901-1986) in Hamburg. In maart 1938 was het echtpaar naar Hilversum gevlucht. De eerste maanden verbleven Reinhard en Resy in een pension aan de ’s-Gravelandseweg 85, tot ze geschikte woonruimte vonden in een door Maria Frank-van Esso te huur aangeboden woning aan de Spoorstraat 11. Ze richtten hun woning in met meubels die ze uit Duitsland mee hadden kunnen nemen. Reinhard was koopman in etalageartikelen van beroep. Ook werd hij aandeelhouder van een bedrijf in lederwaren en bijouterie in Amsterdam. Zijn zwager Salomon, die al enkele jaren in Amsterdam woonde, hielp hem met een lening. 

In januari 1942 ontvingen Reinhard en Resy een oproep om zich te melden voor transport naar kamp Westerbork. Toen de SS hen kwam ophalen, kreeg Resy als gevolg van angst en paniek een galsteenkoliek, waardoor zij met spoed moest worden geopereerd. Hierdoor werd hun deportatie naar Westerbork meerdere malen uitgesteld. In april 1942 moest het echtpaar gedwongen verhuizen naar de Amsteldijk 157 in Amsterdam. Reinhard kreeg een baan bij de Joodse Raad van Amsterdam, waardoor het echtpaar voorlopig vrijgesteld was van deportatie. In januari 1943 volgde opnieuw een gedwongen verhuizen binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam, ditmaal naar de Schalk Burgerstraat 9. 

Tijdens een grootschalige razzia in juni 1943 werden Reinhard en Resy alsnog gearresteerd en overgebracht naar de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. Eind juni volgde transport naar Westerbork, waarna zij drie maanden later werden gedeporteerd naar Bergen-Belsen. Ze werden ingedeeld bij het schoenencommando, waar ze twaalf uur per dag oude schoenen uit elkaar moesten halen om te zien of er nog bruikbare (leer)resten waren. Eind januari 1944 werd het echtpaar op transport gesteld naar Theresienstadt. Reinhard Blumenthal werd eind september 1944 gedeporteerd naar Auschwitz, waar hij drie dagen na aankomst is vermoord. Resy Blumenthal overleefde de oorlog. In juni 1945 werd zij door het Rode Kruis bevrijd en naar Amsterdam teruggebracht. In november 1947 emigreerde ze naar de Verenigde Staten, waar ze in 1986 is overleden. 

In 1943 stond de Spoorstraat 13 op de lijst van ‘nog niet verkochte percelen’ van ANBO.  Het pand komt ook niet voor in de Verkaufsbücher. Na de oorlog heeft rechtsherstel plaatsgevonden voor de nabestaanden van Maria Frank-van Esso. 

Nummer 29

Nummer 29
Adres:Tunnelstraat Hoenderweg
Soort pand (destijds):Bouwterrein
Toenmalige eigena(a)r(en):Abraham, Jacob en Meijer Hamel
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee. Was niet bebouwd
Joods Monument:

Het bouwterrein aan de Tunnelstraat-Hoenderwag was eigendom van de gebroeders Hamel. Zie over de gebroeders Hamel de informatie bij nummer 1-5.
De Tunnelstraat is de Prins Bernhardstraat; tijdens de bezetting mochten straatnamen niet verwijzen naar nog levende leden van het Koningshuis waardoor de straat werd omgedoopt tot Tunnelstraat. Het bouwterrein is tijdens de oorlog niet verkocht.  Na de oorlog heeft er rechtsherstel plaatsgevonden.  Vandaag de dag staan hier woningen.

Nummer 30 en 31

Nummer 30 en 31
Adres:Wandelpad 30a en Wandelpad 32 
Soort pand (destijds):Huis en erf 
Toenmalige eigena(a)r(en):Abraham, Jacob en Meijer Hamel
Omgenummerd:Nee
Nog bestaand pand:Ja
Joods Monument:

De panden aan het Wandelpad 30a en het Wandelpad 32 waren eigendom van de gebroeders Hamel. Zie over de gebroeders Hamel de informatie bij nummer 1-5.

    Ergens tussen 1937 en 1939 heeft zich op Wandelpad 32 zich het isoleerbedrijf Isola gevestigd.  De eigenaar van dit bedrijf was J.P.F. Metz; een vermogend man die in 1941 nog vrijstelling vroeg aan regeringscommissaris Ernst von Bönninghausen voor de boete van de Februaristaking.  OpWandelpad 30a zat voor de oorlog de Gooische Metaalhandel I. Hamel & Zonen.  Op 30 januari 1943 heeft Metz Wandelpad 30a en Wandelpad 32 gekocht voor 6355 gulden.  Hoewel er na de oorlog rechtsherstel heeft plaatsgevonden,  heeft Isola nog tot minimaal 1963 isolatiesystemen verkocht vanuit deze twee adressen. 

Wandelpad 32. Huis Isola. Foto van 1 april 1972. Collectie SAGV, Fotocollectie Stedebouwkundige Dienst gemeente Hilversum, bestandsnr. SAGV032.3, itemnr. 1075.
Wandelpad 32. Huis Isola. Foto van 1 april 1972. Collectie SAGV, Fotocollectie Stedebouwkundige Dienst gemeente Hilversum, bestandsnr. SAGV032.3, itemnr. 1075.

Nummer 32

Nummer 32
Adres:Wandelpad 30
Soort pand (destijds):Pakhuis en erf 
Toenmalige eigena(a)r(en):N.V. Gooische Metaalhandel I. Hamel & Zonen
Omgenummerd:Nee
Nog bestaand pand:Ja, Nu een bedrijfspand
Joods Monument:

Het pand aan Wandelpad 30 werd door de Gooische Metaalhandel I. Hamel & Zonen van de gebroeders Hamel gebruikt als pakhuis, waarschijnlijk vanaf 1936.  Zie over de gebroeders Hamel de informatie bij nummer 1-5.

Het pand is uiteindelijk overgenomen door verf- en vernisfabriek Industria, al is niet uit de geraadpleegde bronnen gebleken in welk jaar precies.  Waarschijnlijk was dat vóór maart 1943, aangezien het pand toen al als ‘verkocht’ werd aangemerkt door ANBO.  Hoewel er na de oorlog rechtsherstel heeft plaatsgevonden,  heeft Industria tot minimaal 1956 verf opgeslagen op deze locatie. 

Nummer 52

Nummer 52
Adres:Achterom 4
Soort pand (destijds):Huis, schuur en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Isador van Thijn
Omgenummerd:Ja. Dit gedeelte van het Achterom bestaat niet meer
Nog bestaand pand:Nee
Joods Monument:Isador van Thijn

In dit pand zat de slagerij van Isador van Thijn. Isador is geboren op 4 februari 1884 in Wormerveer. Op 16 februari 1916 is hij getrouwd met Bloempje Wonder in Weesp, waar ze ook zijn gaan wonen.   

Begin 1925 is hij met zijn vrouw en zoon Nathan (1917-1970) op Achterom 4 gaan wonen.  De slagerij van Isador werd op 20 mei 1925 geopend. De slagerij stond onder rabbinaal toezicht, wat inhield dat de producten van deze slagerij waren gecontroleerd door een rabbijn om te bevestigen dat ze aan de kasjroet voldeden (Joodse spijswetten).  Eind 1925 heeft Isador een vergunning aangevraagd om een vetsmelterij en rokerij in zijn schuur op Achterom 4 te mogen bouwen, waarmee hij de activiteiten van zijn slagerij kon uitbreiden. Deze vergunning werd hem ook verleend. 

Het gezin is op Achterom 4 blijven wonen tot ze in 1942 gedwongen moesten vertrekken naar Amsterdam. Ze verbleven daar op de Uithoornstraat 53.  Eind maart 1943 zijn ze in Westerbork ingeschreven. Op 6 april 1943 zijn Isador en Bloempje op transport gesteld naar Sobibor. Daar zijn ze drie dagen later direct bij aankomst vermoord. Nathan heeft de Sjoa wel overleefd, al is niet bekend hoe. Hij is eerst in Hilversum gaan wonen en later verhuisd naar Israël, waar hij op 21 oktober 1970 is overleden. 

Achterom 4 is op 11 februari 1943 voor 8087 gulden verkocht aan G.A.A. van Lunzen van Zuricht.  Na de oorlog vond er rechtsherstel plaats. Het pand kwam in bezit van Nathan van Thijn.  Hij verhuurde het pand aan C.G. Brouwer, die het perceel eveneens als slagerij gebruikte.   Brouwer exploiteerde deze slagerij tot enkele dagen vóór 15 augustus 1961. Op die datum werd het bedrijf overgenomen door H. Koedam, die de slagerij voortzette onder de naam De Bonte Os.  In 1970 werd het pand door Nathan van Thijn aan de gemeente te koop aangeboden voor een koopsom van 60.000 gulden. De uiteindelijke overname door de gemeente had nogal wat voeten in aarde, omdat Koedam aanvankelijk weigerde het pand te verlaten.  Tegenwoordig bestaat dit gedeelte van het Achterom niet meer.

Achterom 2, 4, 6 en 8. Foto uit 1970. Collectie SAGV, Fotocollectie Stedebouwkundige Dienst gemeente Hilversum, bestandsnr. SAGV032.3, itemnr. 20.
Achterom 2, 4, 6 en 8. Foto uit 1970. Collectie SAGV, Fotocollectie Stedebouwkundige Dienst gemeente Hilversum, bestandsnr. SAGV032.3, itemnr. 20.

Nummer 53 en 54

Nummer 53 en 54
Adres:Achterom 5 en Achterom 12
Soort pand (destijds):Huis en erf 
Toenmalige eigena(a)r(en):Schoontje Wolf
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee
Joods Monument:Schoontje Frank-Wolf

Schoontje Wolf werd op 5 april 1880 geboren in Harderwijk.  Ze had een jongere zus, Christina Wolf (1881-1943).  Op 4 juni 1902 trouwde Schoontje in Weesp met Abraham Levie Frank (1872-1938), afkomstig uit Hilversum. Abraham was aanvankelijk werkzaam als koopman, later als makelaar.  Het echtpaar is zover bekend kinderloos gebleven. 

In de loop der jaren woonden Abraham en Schoontje op verschillende adressen in Hilversum, waaronder Achterom 5 en Achterom 12. Op deze adressen oefende Abraham ook zijn beroep als makelaar uit. Achterom 12 deed bovendien dienst als meubelmagazijn.   Rond 1931 betrok het echtpaar een herenhuis aan de Naarderstraat 93. Na het overlijden van Abraham op 2 oktober 1938 bleef Schoontje hier wonen.   
De panden aan het Achterom werden niet verkocht maar verhuurd, doorgaans met een gecombineerde woon- en winkelfunctie.   Zo vestigde R.S. Heus zich vanaf 1937 met een café op Achterom 5.  Achterom 12 kende in de jaren vóór en tijdens de oorlog meerdere bewoners en gebruikers; in 1936 was hier bijvoorbeeld een luxe bakkerij gevestigd. 

Tijdens de bezetting verhuisde Schoontje naar de Catharina van Clevelaan 19 in Nieuwer-Amstel (tegenwoordig Amstelveen).  Schoontje heeft drie jaar ondergedoken gezeten.   Na de oorlog keerde zij terug naar de Naarderstraat 93, waar zij tot haar overlijden op 16 december 1961 bleef wonen.  Van de overige panden is bekend dat Achterom 5 op 3 februari 1943 voor 8.000 gulden werd gekocht door R.S. Heus, die er vermoedelijk ook na de oorlog zijn café voortzette.  Na de oorlog vestigde zich hier kapsalon Mies v. Netten.     Achterom 12 werd op 27 augustus 1946 samen met Achterom 11-33a overgenomen door de gemeente voor een totaalbedrag van 66.937,50 gulden als onderdeel van het Kernplan. 

Nummer 55

Nummer 55
Adres:Leeuwenstraat 13
Soort pand (destijds):Huis en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):David Pach
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee
Joods Monument:David Pach

David Pach is op 4 november 1881geboren in Amsterdam.  Hij had drie broers: Abraham Pach (1875-1943), Samsom Pach (1877-1943) en Mozes Pach (1873-1942). Ook had hij een zus, genaamd Elisabeth Pach (1879-1943).  Op 25 september 1918 trouwde David in Hilversum met Sientje Boas (1888-1966).  Beiden waren al een keer eerder getrouwd geweest. Sientje scheidde in 1915 van Jacob van Gelderen (1888-1942) en David ging op 6 september 1918 bij Saartje Baruch (1887-1971) weg. David en Sientje zijn zo ver bekend kinderloos gebleven.

David oefende het beroep van boekhandelaar uit. Hij had een eigen boekhandel in Amsterdam, maar vestigde zich vanaf 1912 in Hilversum op de Leeuwenstraat 6.  Hier woonde hij vanaf 1913 ook.  In 1921 werd de zaak naar de overkant van de straat verplaatst, namelijk naar nummer 13, en in 1922 verhuisden David en Sientje ook naar dit adres.  David heeft zich in 1933 in de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels uitgesproken tegen de boekverbrandingen in Duitsland. 

In 1941 werd het perceel aan de Leeuwenstraat 13 onteigend op bevel van de Rijkscommissaris. De winkelier H.W. Eenkhoorn werd als beheerder aangesteld.  David en Sientje zijn hierna verhuisd naar de Gijsbrecht van Amstelstraat 59.  David is op 26 mei 1942 op 60-jarige leeftijd om onbekende redenen overleden in Hilversum.  Sientje heeft de Sjoa overleefd door onder te duiken.  Zij overleed in 1966 in Hilversum.

De Leeuwenstraat 13 was in 1943 verkocht,  al is niet bekend aan wie. Het pand komt niet voor in de Verkaufsbücher. Onder deze nieuwe eigenaar transformeerde Pach’s boekhandel tot De Volksche Boekhandel.  Vanaf januari 1942 adverteerde de NSB-boekhandel in de nationaalsocialistische bladen Volk en Vaderland en De Zwarte Soldaat en in het rabiaat antisemitische weekblad De Misthoorn.  De zaak werd geëxploiteerd door ene J.H., die optrad als filiaalhouder.  Of hij ook de koper van het pand was, is niet duidelijk geworden uit de geraadpleegde bronnen.

Vlak na de oorlog kwam zat er een blauwe maandag een grossier in het pand, die handelde in biscuits, chocolade en suikerwerken.  Begin augustus 1945 was het pand weer in bezit van Sientje. 

In 1951 nam Wout Vuyk het pand aan de Leeuwenstraat 13 over. De boekhandel behield voorlopig de naam Pach.  Uiteindelijk doopte hij in 1961 de naam van de zaak om tot Wout Vuyk internationale boekhandel.  Na de oorlog, vermoedelijk in de jaren zestig, toonde de gemeente opnieuw interesse in het pand voor de uitvoering van het Kernplan.  Het pand is waarschijnlijk in de tweede helft van de jaren zeventig gesloopt.

Advertentie in De Misthoorn van 4 april 1942. Via delpher.nl
Advertentie in De Misthoorn van 4 april 1942. Via delpher.nl

Nummer 56

Nummer 56
Adres:Kampstraat 1
Soort pand (destijds):Huis en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Maurits Frank
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee
Joods Monument:

Eigenaar: Maurits Frank

Bewoner: Salomon Frank

Maurits Frank werd geboren op 12 april 1895 als zoon van Jacob Frank (1865), die tijdens de oorlog is omgekomen, en Naatje Frank-van Rijn (1858-1919). Hij groeide op in een gezin met vier kinderen: zijn zus Henriette Frank (1894-1967), die de oorlog overleefde, en zijn twee broers David (1899-1942) en Salomon (1896-1940), die beiden tijdens de Sjoa zijn omgekomen.  Jacob en zijn kinderen woonden in het pand aan de Kampstraat 1.  Hier was sinds 1928 ook de manufacturenfabriek van Jacob gevestigd. 

Op 18 december 1928 trouwde Maurits met Antonette Stein (1894-1943). Na hun huwelijk vestigde het echtpaar zich aan de Achterom 14a in Hilversum.  Maurits zette het familiebedrijf aan de Kampstraat 1 voort.  Maurits’ broer Salomon werkte als winkelbediende in de zaak en stond ook ingeschreven op dit adres.

Op 15 mei, de dag dat Nederland capituleerde, heeft Salomon Frank zichzelf op de Kampstraat 1 door ophanging van het leven beroofd.  Ook Maurits en Antonette hebben de oorlog niet overleefd. Maurits is op 48-jarige leeftijd omgekomen in kamp Neukirch. Dit werkkamp lag nabij de voormalige stad Breslau, het huidige Wrocław, en is bekend als een plek waar meerdere Nederlandse Joodse mannen uit de zogenoemde Kosel-groep zijn omgekomen. Deze groep bestond uit Joodse mannen tussen de 16 en 50 jaar die tussen 28 augustus en 12 december 1942 tijdens deportaties van Westerbork naar Auschwitz op station Kosel uit de trein werden gehaald en tewerkgesteld in werkkampen in Opper- en Neder-Silezië.  Op basis van zijn overlijden in Neukirch is het aannemelijk dat Maurits tot deze groep behoorde. Antonette Stein is op 25 mei 1943 op transport gesteld naar Sobibor, waar ze direct bij aankomst is vermoord. 

In maart 1943 was ANBO nog in onderhandeling met een koper voor het pand aan de Kampstraat 1.  Dit ging echter niet door. Een aantal maanden later, in oktober, is het pand onder beheer gesteld van Verwaltungs-Treuhänder Jac Wijna uit Hoorn.  Dit was een functionaris die werd aangesteld om het beheer over te nemen van eigendommen die door de staat waren onteigend of onder beheer waren gesteld. De zaak werd voortgezet. Zo adverteerde de bewindvoerder van Magazijn de Klok in 1942 in De Zwarte Soldaat, het blad voor de WA, onder meer met de verkoop van ‘zwarte hemden’. 

Na de oorlog bleef Magazijn De Klok gevestigd aan de Kampstraat 1-3, maar het was voortaan actief in een andere branche: het repareren en reinigen van haardkachels.  Ook werden er emaille producten verkocht.  Halverwege de jaren vijftig werd het pand aan de Kampstraat 1/Achterom 14a alsnog verkocht aan de gemeente.  In 1958 zat Textielhuis Nijman in het pand gevestigd.  Wanneer het voormalige pand aan de Kampstraat is gesloopt, is niet uit de geraadpleegde bronnen te achterhalen. Vermoedelijk ging dit gepaard met de aanleg van De Schapenkamp in de jaren zeventig.

Nummer 57

Nummer 57
Adres:Langgewenst 6
Soort pand (destijds):Huis en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Salomon de Beer
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee
Joods Monument:Salomon de Beer

Salomon de Beer is geboren op 20 december 1875 in Den Helder.  Hij had twee zussen: Esther de Beer en Johanna de Beer. Ook had hij een broer genaamd Mozes de Beer.  Op 24 januari 1907 trouwde hij in Beverwijk met Betje Davidson.  Ze kregen twee kinderen: Hartog de Beer (1908-1945) en Mozes de Beer (1910-1942). Salomon was eerst diamantbewerker en koopman in diamanten van beroep. Later was hij ook makelaar. Dit beroep oefende hij uit in Amsterdam, waar hij ook woonde met zijn gezin. Hij had daarnaast een staanplaats op de markt aan de Prinsengracht op woensdag, vrijdag en zaterdag en op maandag aan de Westerstraat.  In 1937 verhuisden Salomon, Betje en zoon Mozes naar Hilversum, waar ze hun intrek namen in een pand aan het Langgewenst 6. In Hilversum ging hij ook aan de slag als marktkoopman. 

In 1942 verhuisde het echtpaar gedwongen naar de Zuider Amstellaan 75 in Amsterdam. Op 25 maart 1943 zijn Salomon en Betje ingeschreven in Westerbork.  Op 9 april 1943 zijn Salomon en Betje in Sobibor vermoord.  Hun zoon Mozes, die overigens ook koopman was, is in 1942 in Auschwitz vermoord. Hun andere zoon Hartog is in 1945 onderweg in de trein naar Theresienstadt overleden. 

In maart 1943 was ANBO nog in onderhandeling over de overname van Langgewenst 6.  Later in de oorlog heeft woonde de Bussumer Jacobus Vuur in het pand. Deze politieke delinquent was op 15 juni 1945 gearresteerd. Op 12 juni 1947 is hij op last van de minister van justitie weer vrijgelaten.  Na zijn vrijlating is hij weer in het pand aan het Langgewenst 6 gaan wonen.  Uit het dossier dat het Nederlandse Beheersinstituut van het vermogen van Salomon de Beer aanlegde, blijkt dat er nog jarenlang juridische strijd over de nalatenschap van Salomon is gevoerd.  Wel bleek het pand aan het Langgewenst nog steeds op zijn naam te staan.  Begin eenentwintigste eeuw is het pand door de gemeente Hilversum gekocht. De eigenaar was destijds G.H. Dorresteijn.  Het pand bestaat tegenwoordig niet meer. Ter hoogte van het voormalige pand aan het Langgewenst 6 staat sinds 2014 een bioscoop van de keten Vue.

Salomon de Beer en Betje de Beer-Davidson, 1922. Collectie SAA, toeg.nr. 30187, inv.nr. 8.
Salomon de Beer en Betje de Beer-Davidson, 1922. Collectie SAA, toeg.nr. 30187, inv.nr. 8.

Nummer 58 en 59

Nummer 58 en 59
Adres:Naarderstraat 38 en Naarderstraat 40
Soort pand (destijds):Huis, bergplaats en erf (Naarderstraat 38); huis, werkplaats en erf (Naarderstraat 40)
Toenmalige eigena(a)r(en):Elias Swelheim 
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee
Joods Monument:Elias Swelheim

Elias Swelheim werd geboren op 16 maart 1882 in Hilversum.  Hij groeide op in een gezin met drie andere kinderen: zijn oudere broer Isaac (1875-1943), zijn oudere zus Heintje (1877-1943) en zijn jongere broer Simson (1886-1944).  Op 10 november 1915 trouwde hij in Nijkerk met Alida Mok (geboren 25 april 1881). 

Na hun huwelijk vestigden Elias en Alida zich in Nijkerk. Tussen 1915 en 1918 verhuisden zij naar Hilversum, waar zij gingen wonen aan de Naarderstraat 21f. Daar oefende Elias zijn beroep als goudsmid uit.  Op 20 maart 1924 verhuisde het echtpaar naar de Naarderstraat 40, eveneens in Hilversum, waar Swelheim zijn werkzaamheden voortzette.  Tussen 18 mei 1928 en 28 november 1931 verwierf hij daarnaast het pand aan de Naarderstraat 38.  Dit perceel werd kort daarna als burgerwoonhuis te huur aangeboden. Al snel meldde zich een huurder: poelier Hendrikus van den Bor. 

Over het leven van Elias en Alida Swelheim tijdens de oorlog is weinig bekend. Vast staat dat beiden op 9 april 1943 in Sobibor zijn vermoord.   Over het verdere lot van het pand aan de Naarderstraat 40 is in de geraadpleegde bronnen geen informatie aangetroffen, behalve dat het pand niet in de Verkaufsbücher voorkomt en ANBO in maart 1943 nog in onderhandeling was over het pand. Hetzelfde geldt voor het pand aan de Naarderstraat 38.  Hiervan is verder nog bekend dat huurder Hendrikus van den Bor er tijdens en na de oorlog is blijven wonen en zijn poelierszaak heeft voortgezet.  Beide panden zijn gesloopt.

Nummer 60

Nummer 58 en 59
Adres:Tunnelstraat 58
Soort pand (destijds):Huis en erf
Toenmalige eigena(a)r(en):Maria van Esso
Omgenummerd:Ja. Vermoedelijk werd de Prins Bernhardstraat 58 in 1978 omgenummerd naar de Prins Bernhardstraat 158
Nog bestaand pand:Nee
Joods Monument:Maria Frank-van Esso

De Tunnelstraat is de Prins Bernhardstraat; tijdens de bezetting mochten straatnamen niet verwijzen naar nog levende leden van het Koningshuis waardoor de straat werd omgedoopt tot Tunnelstraat. De eigenaresse van het pand was Maria Frank-van Esso. Het is niet bekend wanneer dit pand in haar bezit kwam. Zie over Maria Frank-van Esso de informatie bij nummer 8.

Wel is bekend dat in 1937 de werkman Bernardus Cornelis Aret de bewoner werd.  Hij heeft tijdens de oorlog ondergedoken gezeten in Leeuwarden. De reden waarom is onbekend.  Of Bernardus Cornelius na zijn onderduikperiode terugkeerde naar zijn voormalige woning is niet uit de geraadpleegde bronnen te achterhalen. In maart 1943 was de Tunnelstraat/Prins Bernhardstraat 58 nog niet verkocht. 

In 1978 vond er een omnummering plaats ‘voor de overgebleven zeven pandjes aan de rechterzijde van de Prins Bernhardstraat, die het geweld van de slopershamer hebben kunnen keren’.  Recent heeft het pand alsnog plaats moeten maken voor nieuwbouw; in 2022 is begonnen aan de bouw van 29 appartementen. In 2025 zijn de appartementen opgeleverd. 

Nummer 61

Nummer 61
Adres:Stationsplein 2c
Soort pand (destijds):Café, erf, schuren
Toenmalige eigena(a)r(en):Levie Corper, Hamel cs.
Omgenummerd:N.v.t.
Nog bestaand pand:Nee
Joods Monument:

Levie Corper is op 28 juli 1889 geboren in Amsterdam.  Hij had vier zussen: Judith (1871-1941), Magdalena (1893-1945), Naatje (1884-1965) en Sara (1878-1957).  Op 14 augustus 1912 trouwde hij in Zaandam met Heintje Hamel.  Samen kregen ze drie kinderen: Israël (1914-1942), Rebecca (1921) en Jacob (1912-1944).  Op 7 juli 1926 verhuisden ze vanuit Zeist naar Hilversum, waar ze een woning betrokken aan de Koningsstraat 75. Binnen Hilversum verhuisden ze nog een aantal keer. Vanaf 1936 woonden ze op de Langestraat 59b. 

Levie was een koopman in metalen. Samen met zijn schoonbroers had hij ook een aantal percelen in zijn bezit: de Soestdijkerstraatweg 56a, de Liebergerweg 20-24 en het Stationsplein 2c.  Dit laatste perceel komt voor op de ‘lijst van perceelen van voormalig Joodsch bezit vallend in het Kernplan’. 
Vanaf 10 juli 1937 zat er een verkooplokaal in het pand, genaamd De Heidebloem. Dit verkooplokaal heeft er ook gedurende de oorlog gezeten en is uiteindelijk in 1951 veranderd in een rijwielstalling, onder dezelfde naam.  Volgens ANBO was het pand in maart 1943 al verkocht.     

Levie was betrokken bij het verzet. Zo was hij medewerker van het communistische blad De Tribune en hield hij geldinzamelingen voor het illegale blad De Waarheid, welke hij ook verspreidde. In 1942 doken Levie, Heintje en Rebecca onder in Amsterdam en later in Hilversum. Ondertussen zocht Levie naar een uitweg naar Zwitserland. Zo ver kwam het niet. Op 4 april 1944 zijn de drie onderduikers na verraad door de beruchte verrader Gerardus Ganzevles opgepakt. Op 19 mei zijn ze op transport naar Auschwitz gestuurd, waar Levie en Heintje bij aankomst op 22 mei worden vergast. Rebecca werd geselecteerd voor medische experimenten en overleefde de Sjoa.  Jacob was betrokken bij verzetsactiviteiten van de CPN en dook daarom al in 1941 onder. In 1943 is hij in Amsterdam op heterdaad betrapt op het vervaardigen van onder andere De Waarheid. Hij werd opgepakt en op transport gesteld naar Auschwitz, waar hij op 31 mei 1944 is omgekomen.  Israël is ook in Auschwitz vermoord, op 30 september 1942. 

Levie Corper. Via joodsmonument.nl.
Levie Corper. Via joodsmonument.nl.